Autolak kleur bepalen: zo vind je de juiste kleurcode
“Gewoon zilvergrijs” bestaat niet. Van dat ene zilvergrijs zijn per bouwjaar tientallen varianten in omloop, en ze verschillen net genoeg om een bijgewerkte plek als een lichte vlek te laten opvallen. Kleur op het oog uitzoeken werkt dus niet, ook niet als je de auto elke dag ziet.
Wat wel werkt is de kleurcode: een korte reeks letters en cijfers waarmee de fabriek precies vastlegt welk recept er op jouw auto is gespoten. Vind die code, en de rest is een kwestie van bestellen.
Waar de code op je auto staat
De kleurcode staat op het type- of lakplaatje. Waar dat zit verschilt per fabrikant en bouwjaar, maar in de praktijk kom je deze plekken het vaakst tegen:
- Op de deurstijl aan de bestuurderskant, zichtbaar als het portier openstaat
- In de motorruimte, op het schutbord of op de binnenkant van een spatbordrand
- Onder de mat in de kofferbak, vaak bij de reservewielbak
- Aan de binnenkant van de tankklep
- In het serviceboekje of op een losse sticker die daarin is geplakt
Zit het plaatje er niet meer? Kijk dan op de plek waar hij hoorde te zitten: vaak zie je nog lijmresten. Bij een auto die schade heeft gehad, is het plaatje soms bij een reparatie verdwenen.
Zo herken je de code op het plaatje
Op zo’n plaatje staat van alles: gewichten, typegoedkeuring, chassisnummer, uitrustingscodes. De lakcode is meestal een korte combinatie van twee tot vijf tekens, vaak voorafgegaan door een aanduiding als “paint”, “color”, “lak”, “C” of “K”. Soms staan er twee codes achter elkaar, dan is de tweede de kleur van het interieur.
Bij tweekleurige uitvoeringen kun je twee lakcodes tegenkomen, bijvoorbeeld voor de carrosserie en het dak. Noteer beide en let op welke bij welk deel hoort.
Kom je er niet uit, dan kun je met je chassisnummer bij de importeur of een merkgarage de originele lakcode laten opzoeken. Die staat namelijk ook in de productiegegevens van de auto.
Eén code, meerdere tinten
Dit is de stap die veel doe-het-zelvers overslaat. Onder één kleurcode kunnen meerdere varianten bestaan: kleine recepturen die per productielocatie, per leverancier of per productiejaar iets afwijken. Bij metallic en parelmoer zijn die verschillen groter dan bij een effen kleur.
Daarom hoort er bij lak op maat vrijwel altijd een uitspuitkaart of kleurstaal: een kaartje waarop het recept is gespoten, dat je naast je plaatwerk legt om de juiste variant te kiezen. Beoordeel dat bij daglicht, niet onder tl of ledspots, en bekijk het zowel recht van voren als onder een hoek. Metallic verandert namelijk van tint met de kijkrichting.
Wat er verder komt kijken bij lak laten mengen op code, staat in autolak op maat.
Als de lak verkleurd of vervaagd is
Een auto van tien jaar oud heeft niet meer de kleur die hij in de fabriek had. Uv-straling, wasstraten en polijstbeurten doen hun werk. Spuit je dan strak volgens de originele code, dan klopt de nieuwe plek technisch wel, maar zie je hem alsnog liggen.
Er zijn twee routes:
- Laat de huidige kleur meten. Met een spectrofotometer wordt de kleur van je auto uitgelezen zoals hij nu is, waarna daar een recept bij wordt gezocht. Je levert daarvoor een schoon, glad en onbeschadigd stukje lak aan, bijvoorbeeld een tankklep of een spiegelkap, of je brengt de auto langs. Zorg dat het gemeten deel niet geplamuurd, gepolijst tot op de basislak of eerder overgespoten is.
- Werk de kleur uit. Bij een reparatie op een groot vlak spuit je de nieuwe lak niet tot aan een harde rand, maar laat je hem geleidelijk uitlopen in de bestaande lak. Het kleurverschil wordt dan over een groter oppervlak verdeeld en valt niet meer op.
Heb je alleen een hexcode of een kleur van een monster zonder autolakcode, dan is een omrekening mogelijk, met beperkingen. Lees daarover verf op hex-code.
Bestellen en testen
Met de code in de hand kies je de vorm die bij je klus past. Voor een paneel of onderdeel bestel je autolak op kleur in een bus of blik. Voor steenslagputjes en fijne krassen zijn lakstiften praktischer; hoe je die netjes wegwerkt, lees je in lakschade herstellen met een lakstift.
Test altijd eerst. Spuit een klein stuk op een stukje plaatstaal of karton, laat het drogen en houd het bij daglicht naast de auto. Bij basislak beoordeel je pas na een laagje blanke lak, want die verandert de tint zichtbaar. Twee minuten testen voorkomt dat je een heel paneel opnieuw moet doen.
Veelgestelde vragen
Staat de kleurcode op mijn kentekenbewijs?
Nee. Daar staat hooguit een algemene kleuraanduiding als “grijs”, en dat zegt niets over het recept. Je hebt het lakplaatje of de productiegegevens nodig.
Kan ik een kleur laten bepalen met een foto van mijn auto?
Onbetrouwbaar. Camera’s en schermen vertalen kleur elk anders, en metallic verandert met de lichtval. Een fysiek staal of een meting op de auto zelf geeft wel een bruikbaar resultaat.
Wat als mijn auto is overgespoten in een andere kleur?
Dan klopt de code op het plaatje niet meer met wat erop zit. Laat in dat geval de huidige lak meten in plaats van op de originele code te bestellen.
Hoe groot moet een kleurstaal zijn om te laten meten?
Een vlak, glad stukje van ongeveer een handpalm werkt goed. Het moet schoon zijn, niet gebold of gekrast, en zonder plamuur of overspray, anders leest het meetinstrument een vertekende waarde.