Autolak spuiten: zo krijg je een strakke laklaag
Je hebt een weekend geschuurd, geplamuurd en afgeplakt. Dan trek je de trekker over en binnen twee minuten zakt er een gordijn langs de deurstijl naar beneden. Of erger: de lak droogt op als fijn schuurpapier en de glans komt nooit meer terug.
Bijna al die ellende ontstaat vóór het moment dat de lak op het plaatwerk komt: in de voorbereiding, in de ruimte waarin je werkt en in je instellingen. Krijg je die drie op orde, dan wordt spuiten verrassend voorspelbaar.
Beslis eerst welk laksysteem je gebruikt
Er zijn grofweg twee routes.
Eenlaags (1K) breng je aan zonder verharder. Handig voor kleine klussen en delen die niet in het zicht liggen. Hij droogt door verdamping en blijft gevoelig voor benzine, oplosmiddelen en uv.
Basislak plus blanke lak is wat vrijwel elke fabriek gebruikt. De kleur zit in een matte basislaag, de glans en bescherming komen uit de blanke lak die je erover spuit. Voor buitenwerk dat er jaren goed uit moet zien is dit de route die je wilt. Wil je een compleet paneel in één systeem doen, dan kies je 2K autolak met verharder.
Bij alle soorten autolak is het technisch informatieblad leidend. Daar staan de mengverhouding, de spuitviscositeit, het aantal lagen en de aflooptijd. Hoe je zo’n verhouding netjes afmeet, lees je in mengverhouding autolak.
Werk veilig met 2K. De verharder bevat isocyanaten. Een stofmasker houdt die niet tegen. Je hebt een volgelaatsmasker met A2/P3-filters of een verseluchtkap nodig, plus goede ventilatie en handschoenen. Kijk bij spuitmaskers welke uitvoering bij je klus past.
De ruimte doet de helft van het werk
Lak hardt uit in een chemisch proces dat gevoelig is voor temperatuur, luchtvochtigheid en stof.
- Werk tussen ongeveer 15 en 25 °C. Kouder betekent trager uitharden en matte plekken.
- Zorg dat de ondergrond dezelfde temperatuur heeft als de ruimte. Een koude motorkap trekt condens aan.
- Nevel de vloer licht met water tegen opdwarrelend stof en zorg voor aanvoer van schone lucht.
- Spuit nooit in direct zonlicht. Waarom dat misgaat, staat in autolak spuiten in de zomer.
Krijg je de ruimte niet stofvrij? Dan is uitrollen soms de nettere oplossing: zie 2K autolak rollen.
Voorbereiden: schoon, vlak, vetvrij
- Was en ontvet het paneel voordat je gaat schuren. Anders wrijf je vuil en siliconen juist de krassen in.
- Schuur de reparatieplek en de omringende lak op, in oplopende korrel. Elke krasgroep die je overslaat zie je terug onder de glans.
- Primer je kale metaal of plamuur? Kies het type dat bij je ondergrond past, dat verschilt per materiaal. Zie welke primer gebruiken.
- Schuur de primer vlak en controleer bij strijklicht of er nog putjes zitten.
- Ontvet opnieuw en ga er kort overheen met een kleefdoek, vlak voordat je spuit.
- Plak af met tape die tegen oplosmiddelen kan. Vouw de rand van je papier terug, dan krijg je geen harde lakrichel.
Spuiten: rustig, ritmisch, met overlap
Stel je pistool eerst in op een stuk karton. Zo zie je of de waaier gelijkmatig is en of de lak niet te nat neerslaat.
- Afstand: ongeveer 15 tot 20 centimeter, en die houd je constant. Zwaai je met je pols, dan wordt het midden nat en de rand droog.
- Beweging: loop met je hele arm mee, evenwijdig aan het oppervlak.
- Overlap: ongeveer de helft van je vorige baan.
- Trekker: begin met bewegen vóór je spuit en laat pas los als je voorbij de rand bent.
- Lagen: een lichte aanleglaag, daarna een of twee dekkende lagen, met de aflooptijd van het informatieblad ertussen.
Basislak spuit je op tot de kleur dekt, niet dikker. Daarna laat je hem matteren en gaat de blanke lak erover, meestal in twee lagen waarvan de tweede voller is.
Wat er misgaat, en waar het vandaan komt
| Wat je ziet | Meest waarschijnlijke oorzaak |
|---|---|
| Loopneuzen | Te dik, te dichtbij of te traag bewogen |
| Sinaasappelhuid | Te ver weg, te hoge viscositeit of te koud |
| Doffe, ruwe laag | Droogspuiten: te ver, te warm of te snel verdampend |
| Kraters | Silicone of vet op de ondergrond |
| Rimpels | Te snel overgespoten, onderlaag nog niet door |
De meeste fouten schuur je na volledige uitharding weg en polijst je terug op glans. Wat per fout de beste aanpak is, vind je in lakfouten herstellen.
Uitharden en afwerken
Stofdroog is niet hetzelfde als uitgehard. Een verse laklaag voelt na een paar uur droog aan, maar heeft dagen nodig voor zijn eindhardheid. Wacht met wassen, polijsten en wax tot die periode voorbij is; de exacte tijd staat op het informatieblad.
Doe je alleen een kleine plek of een spiegelkap? Dan is een bus praktischer. Hoe je daarmee dezelfde opbouw haalt, lees je in zelf autolak spuiten met een spuitbus.
Veelgestelde vragen
Hoeveel lagen lak heb ik nodig voor dekking?
Meestal twee tot drie lagen basislak, afhankelijk van de kleur en de primertint. Wit, geel en rood dekken slecht en hebben soms een laag extra nodig; kijk tegen het licht in of de ondergrond nog doorschemert.
Kan ik spuiten zonder spuitcabine?
Ja, mits je de ruimte stofarm krijgt en kunt ventileren. Nevel de vloer, sluit tocht af en laat na het spuiten geen stof opdwarrelen tot de laag stofdroog is.
Moet ik tussen de lakagen schuren?
Binnen het overspuitinterval niet: de lagen hechten dan chemisch aan elkaar. Ben je over dat interval heen of zitten er stofnopjes in, dan schuur je licht op met fijn schuurpapier en ontvet je opnieuw.
Hoe lang moet ik wachten voordat ik mag polijsten?
Geef de lak eerst de tijd om volledig uit te harden, doorgaans enkele dagen bij kamertemperatuur. Polijst je te vroeg, dan druk je de laag warm en krijg je matte plekken die pas later zichtbaar worden.