Craquelé in de lak: oorzaak en hoe je het voorkomt
Je spuit een mooie laag, loopt weg om koffie te halen, en als je terugkomt zit het paneel vol fijne scheurtjes. Soms als een spinnenweb, soms als een olifantenhuid met grovere barsten. Dat is craquelé, en het is een van de weinige lakfouten die je niet kunt wegpoetsen.
Het vervelende: de fout zit meestal niet in de laag die je net gespoten hebt, maar in wat eronder zit. Hieronder lees je wat er in de laagopbouw gebeurt, hoe je herkent waar het misging en hoe je het paneel weer glad krijgt.
Wat er onder je lak gebeurt
Elke laklaag krimpt of zet iets uit tijdens het drogen en uitharden. Zolang de lagen ongeveer even hard zijn en in hetzelfde tempo werken, gebeurt er niets. Wordt de bovenlaag hard terwijl de laag eronder nog beweegt, of andersom, dan ontstaat er trekspanning. Die spanning moet ergens heen, en de lak scheurt open.
Vandaar dat craquelé zelden pas na jaren opduikt. Meestal zie je het binnen minuten tot een dag na het spuiten.
Vier oorzaken die je vrijwel altijd tegenkomt
| Wat er misging | Wat je ziet |
|---|---|
| Sterk oplosmiddel op een zachte onderlaag | Fijne kriskrasscheurtjes, direct na het spuiten |
| Te dik en te nat opgebouwd | Grove barsten, oppervlak lijkt op een olifantenhuid |
| Te kort uitgevlamd tussen de lagen | Scheurtjes in het patroon van je laatste spuitgang |
| Te veel verharder of het verkeerde type | Hard, bros oppervlak dat overal openbarst |
Die eerste is de klassieker. Spuit je een sterke 2K lak over een oude 1K laag of over een reparatie die nog niet door is, dan bijten de oplosmiddelen zich in die onderlaag. Die zwelt op, de bovenlaag zit al vast, en de boel trekt open. Wanneer die combinatie wel en niet kan, staat in 2K lak over 1K lak spuiten.
Te dik spuiten is de tweede grote veroorzaker. Een dikke natte laag houdt oplosmiddel gevangen onder een vel dat aan de buitenkant al dicht is. Dat vel scheurt zodra de rest eronder alsnog wil ontsnappen.
Craquelé of toch iets anders?
Niet elke scheur is craquelé. Loopt de schade als losse schilfers of vlokken die je met je nagel kunt oplichten, dan is het eerder een hechtingsprobleem, zie blanke lak laat los. Bij craquelé zit de lak nog vást, maar is het oppervlak opengebroken.
Twijfel je tussen meerdere lakfouten? In lakfouten herkennen en herstellen staan de meest voorkomende naast elkaar, inclusief sinaasappelhuid, kraters en zakkers.
Herstellen: er is maar één route
Polijsten helpt niet. De scheuren lopen door de volle laagdikte, en met polijsten haal je alleen de bovenkant weg. Je moet terug tot een stabiele ondergrond.
- Laat alles volledig uitharden. Ga niet meteen aan de slag. Werken in een lak die nog beweegt, maakt het probleem alleen groter.
- Schuur de scheuren volledig weg. Begin grof genoeg om door de aangetaste lagen heen te komen en werk terug naar fijn met schuurpapier voor autolak. Schuur nat of met afzuiging, dan houd je het stof binnen de perken.
- Controleer bij strijklicht. Zie je nog haarlijntjes, dan zit je er nog niet doorheen. Blijf schuren tot het oppervlak echt schoon is.
- Isoleer de ondergrond. Weet je niet zeker wat er eronder zit, breng dan een isolerende primer aan. Die sluit de oude laag af zodat de oplosmiddelen uit je nieuwe lak er niet meer bij kunnen.
- Ontvet, schuur de primer vlak en bouw opnieuw op met dunne lagen 2K autolak, met voldoende uitvlamtijd tussen de gangen.
Bij een oldtimer of een auto met een onbekende lakhistorie is die isolerende tussenlaag geen luxe. Onder oude lak zit vaak nog een zachte, oplosmiddelgevoelige opbouw waar je niets van weet.
Werk veilig. De verharder in 2K-producten bevat isocyanaten. Een stofmasker beschermt daar niet tegen: gebruik een volgelaatsmasker met A2/P3-filters of een verseluchtkap, zorg voor goede ventilatie en draag handschoenen.
Zo voorkom je het de tweede keer
- Blijf binnen één systeem. Primer, basislak en blanke lak van dezelfde productlijn zijn op elkaar afgestemd.
- Meng exact volgens het technisch informatieblad. Meer verharder maakt de laag niet sterker, wel brosser.
- Spuit dun en vaker. Twee tot drie beheerste lagen zijn beter dan één natte laag die het in één keer moet doen.
- Respecteer de uitvlamtijd. Ook als het lekker opschiet.
- Test bij twijfel. Spuit een proefplaatje met dezelfde opbouw en kijk een dag later wat het doet.
- Let op de temperatuur. Te koud vertraagt de uitharding onder in de laag, terwijl de bovenkant gewoon doorgaat.
Dat proefplaatje kost je een stuk minder tijd dan een paneel volledig terugschuren.
Veelgestelde vragen
Kan ik craquelé wegpolijsten?
Nee. De scheurtjes lopen door de hele laagdikte heen, dus je haalt met polijsten alleen het topje weg. Het paneel moet terug tot een gezonde ondergrond en opnieuw opgebouwd worden.
Waarom craqueleert alleen een deel van het paneel?
Meestal omdat daar een oude reparatie of een andere lakopbouw onder zit. Ook plekken waar je net iets dikker gespoten hebt of waar het koeler was, scheuren als eerste open.
Hoelang moet ik wachten voordat ik craquelé kan schuren?
Wacht tot de lak volledig doorgehard is; het technisch informatieblad van het product geeft aan wanneer dat is. Schuur je te vroeg, dan smeert de lak dicht en trekt de nieuwe laag opnieuw open.
Kan een spuitbus ook craquelé geven?
Zeker. Een spuitbus met sterk oplosmiddel over een zachte of niet uitgeharde onderlaag doet precies hetzelfde. Bouw ook uit een bus in dunne lagen op en laat elke laag uitvlammen.