Bijgewerkt op

Graffiti caps: welke cap voor welke lijn?

Je koopt een bus verf en er zit één cap op. Daar spuit je alles mee: de fill, de outline, de highlights. En dan vraag je je af waarom je lijnen nooit strak worden. Het antwoord ligt op de bus, niet in de bus.

De cap bepaalt hoe de verf naar buiten komt. Verwissel hem en dezelfde bus gedraagt zich anders: van een haarlijn tot een baan van dertig centimeter.

Wat een cap precies doet

In een cap zit een kleine opening met daarachter een kamertje waarin verf en drijfgas mengen. De diameter bepaalt hoeveel verf er uitkomt en hoe breed de nevel uitwaaiert. Klein geeft een smalle straal, groot een brede zachte wolk.

De breedte hangt alleen niet van de cap af. Twee dingen tellen net zo zwaar mee.

  • De druk van de bus. Dezelfde cap geeft op hoge druk een bredere en hardere straal, omdat er meer verf door dezelfde opening wordt geperst. Zie low pressure of high pressure: welke spuitbus kies je?.
  • Je afstand tot de muur. De nevel is een kegel: dichtbij smal en scherp, verder weg breed en zacht. Een smalle cap op vijf centimeter geeft een harde lijn, op dertig centimeter een vage baan.

De cap bepaalt dus het bereik, en met druk en afstand stel je daarbinnen af.

De captypes op een rij

Caps worden aangeduid op eigenschap. Dit zijn de types die je tegenkomt.

Type Breedte Waarvoor
Needle 2 tot 5 mm Haarlijnen
Super skinny 5 tot 10 mm Fijne outlines
Skinny 10 tot 20 mm Outlines, lijnwerk
Medium 20 tot 40 mm Tussenwerk
Fat 40 tot 70 mm Vlakken vullen
Super fat 70 mm en meer Grote vlakken
Soft cap zachte rand Fades
Transversaal platte waaier Kalligrafische streek

Skinny en super skinny. Weinig doorstroming, scherpe rand. Je outlinecaps, het best op lage druk, want dan houd je controle. Vullen wordt er strepig mee.

Medium. Vaak de standaardcap op een bus. Bruikbaar voor van alles, uitblinkend in niets.

Fat en super fat. Een brede, zachte kegel om snel mee te vullen. Ze vragen tempo, want beweeg je te langzaam dan ligt er een loper. Een super fat op hoge druk verbruikt snel verf.

Needle. De fijnste die er is, met lijnen die eerder aan een stift doen denken. Hij slibt makkelijk dicht.

Soft cap. Geen harde rand, maar een zachte nevel met veel overspray. Daarmee leg je kleuren in elkaar zonder zichtbare grens, zoals in fades spuiten: zo maak je vloeiende overgangen.

Transversale caps. Een platte, spleetvormige opening die een waaiervorm geeft in plaats van een ronde kegel. Draai je hem een kwartslag, dan draait de lijn mee: verticaal breed, horizontaal smal. Goed voor een streek van dik naar dun.

Passen caps op elke bus?

Grotendeels wel. De meeste graffitibussen hebben een vergelijkbare ventielsteel, waardoor caps uitwisselbaar zijn. Niet allemaal: bouwmarktbussen en technische sprays hebben vaak een afwijkende steel waar een graffiticap niet op past. Forceren heeft geen zin, want een cap die niet sluit lekt langs de zijkant. Test bij nieuw materiaal eerst één cap.

Let bij het samenstellen van je set met caps voor spuitbussen op de aanduiding van de doorstroming.

Werken met caps in de praktijk

  • Spuit de bus na gebruik ondersteboven leeg tot er alleen gas komt. Dan blaas je de cap schoon.
  • Bewaar caps droog en apart, niet los tussen je bussen.
  • Zit er een dicht, gooi hem niet weg. In cap verstopt of spuitbus leeg? Zo los je het op staat hoe je hem weer aan de praat krijgt.
  • Druk een cap recht op de steel, want scheve caps sputteren. Test hem op karton.

Welke caps koop je als je begint

Je hebt er geen twintig nodig. Met vier types dek je vrijwel alles af.

  1. Een skinny. Voor outlines en lijnwerk, de cap waarmee je je stuk afmaakt.
  2. Een fat. Voor vullen. Zonder deze blijf je eeuwig vlakken dichtwerken.
  3. Een soft cap. Voor fades en schaduw. Deze laat je werk er ineens af zien.
  4. Een needle of super skinny. Voor detail en highlights, pas als het grove werk staat.

Neem van je skinny en je fat een paar stuks, want die gebruik je het meest en ze raken het snelst verstopt. Wat je verder nodig hebt lees je in beginnen met graffiti: dit heb je nodig; welke verf bij welke cap past zie je aan het aanbod graffitiverf in spuitbus.

Werk buiten of goed geventileerd en draag een masker met dampfilter, want een stofmasker houdt dampen niet tegen. Bewaar bussen koel en doorboor ze niet.

Veelgestelde vragen

Passen graffiti caps op elke spuitbus?

Op de meeste graffitibussen wel, want die hebben een vergelijkbare ventielsteel. Technische sprays en bouwmarktbussen wijken vaak af, dus test één cap voor je een set koopt.

Wat is het verschil tussen een fat cap en een skinny cap?

Een fat cap heeft een grotere opening en geeft een brede zachte baan om mee te vullen. Een skinny laat weinig door en geeft een smalle, scherpe lijn voor outlines.

Welke cap gebruik je voor fades?

Een soft cap, want die geeft een zachte rand met veel overspray. Op een bus met lage druk houd je daar de meeste controle over.

Hoe voorkom ik dat mijn caps verstopt raken?

Spuit de bus na gebruik ondersteboven leeg tot er alleen gas uit komt. Bewaar de caps daarna droog en los van je bussen.