Bijgewerkt op

Lakfouten herkennen en herstellen: de 10 meest voorkomende

Je stapt een uur na het spuiten de garage weer in, en daar staat het: een straal die is gaan zakken, een dof vlak op de bumper of een veld piepkleine kratertjes dat er bij het spuiten nog niet was. Vervelend, maar zelden een reden om het paneel helemaal opnieuw te doen.

De meeste lakfouten zijn namelijk terug te leiden tot drie dingen: de laag was te dik of te dun, de ondergrond was niet schoon, of de omstandigheden klopten niet. Weet je welke van de drie het was, dan weet je meestal ook of je eruit polijst of dat er schuurpapier aan te pas moet. Hieronder de tien die je in een thuisgarage het vaakst tegenkomt.

Tijdens het spuiten ontstaan

1. Loopneuzen en zakkers. Een gordijntje lak dat naar beneden is gelopen. Oorzaak is bijna altijd te veel materiaal op één plek: te dichtbij, te traag bewogen, of te ver verdund. Laat de laag volledig uitharden, echt volledig, anders smeer je hem uit. Schuur de neus daarna vlak met waterproof schuurpapier op een blokje, ga van grof naar fijn en polijst het geschuurde vlak terug op glans.

2. Sinaasappelhuid. Een gestructureerd oppervlak dat lijkt op een sinaasappelschil. De lak was te dik in viscositeit, de druk te laag of je hield te veel afstand, waardoor de druppels niet meer uitvloeiden. In blanke lak schuur je dit vlak met fijne korrel en polijst je het weg. Zit het in de kleurlaag, dan moet er opnieuw gespoten worden.

3. Droge, matte plekken. De lak bereikt het oppervlak al half droog en vloeit niet meer dicht. Dat gebeurt bij te grote spuitafstand, te veel luchtdruk of warm weer met een te snelle verdunner. Licht droogspuiten polijst eruit; is het vlak echt korrelig, dan gaat er een nieuwe laag blanke lak overheen na vlak schuren.

4. Overspray. Fijne nevel die op een naastliggend paneel of op je ruiten is neergeslagen en aanvoelt als schuurpapier. Vers laat het zich meestal met reinigingsklei of licht polijsten verwijderen. Voorkomen is makkelijker: goed afplakken.

5. Wolken in metallic. Lichte en donkere velden in de lak, meestal zichtbaar onder een bepaalde hoek. De aluminiumdeeltjes zijn ongelijk gaan liggen doordat de banen niet overlapten of doordat de laatste laag te nat was. Alleen op te lossen door opnieuw te spuiten, met vaste overlap en een lichte sluitlaag over het geheel.

Pas bij het drogen zichtbaar

6. Kraters. Ronde putjes waarin de lak wegtrekt van het midden. Vrijwel altijd silicone, was of olie op de ondergrond, of vet uit je compressorleiding. Er zit niets anders op dan uitharden, vlak schuren, grondig ontvetten met een siliconenverwijderaar en opnieuw spuiten.

7. Kookblaasjes en pinholes. Een veld piepkleine gaatjes. Er zat oplosmiddel of lucht ingesloten dat er tijdens het drogen alsnog uit wilde: te dik gespoten, te korte tussendroogtijd, of plamuur met luchtbelletjes eronder. Schuur weg tot je een gaaf oppervlak hebt en bouw opnieuw op in dunnere lagen met echte aflegtijd ertussen.

8. Stof en insecten in de lak. Losse deeltjes die zijn ingedroogd. Steken ze alleen door de bovenlaag, dan haal je het puntje er na uitharden af met heel fijn schuurpapier op een blokje en polijst je na. Zitten ze in de kleurlaag, dan moet dat stuk opnieuw.

9. Rimpelen en opkruipen. De nieuwe laag tast de laag eronder aan; het oppervlak trekt samen tot fijne kreukels. Dit gebeurt als je een sterke 2K lak over een onvoldoende uitgeharde of oplosmiddelgevoelige 1K ondergrond spuit. Verwant hieraan is craquelé in de lak, waarbij het oppervlak later dichtscheurt. Herstel: alles eraf schuren tot een stabiele ondergrond en isoleren voordat je opnieuw begint.

10. Onthechting. De lak laat in vellen of vlokken los. De ondergrond was niet opgeschuurd, niet ontvet, nog vochtig of er zat een verkeerd primerlaagje onder. Plaatselijk bijwerken heeft geen zin: schuur terug tot vaste ondergrond en bouw het systeem opnieuw op zoals beschreven in autolak spuiten.

Polijsten of opnieuw spuiten?

Lakfout Meestal op te lossen met
Loopneus, sinaasappelhuid, stofje schuren en polijsten
Lichte droogspuiting, overspray polijsten
Kraters, pinholes, rimpelen schuren en opnieuw spuiten
Wolken, onthechting opnieuw opbouwen

Voor alles wat in de eerste twee rijen staat, werk je van grof naar fijn: nat schuren, dan een snijdend en daarna een fijn polijstmiddel. Hoe je dat opbouwt zonder door de lak te gaan, staat in auto polijsten en de techniek van nat schuren zelf in nat schuren met waterproof schuurpapier.

Werk je met 2K, denk dan aan de verharder: die bevat isocyanaten. Spuit alleen met een volgelaatsmasker met A2/P3-filters of een verseluchtkap, met goede ventilatie en handschoenen. Schuur nat of met afzuiging.

Veelgestelde vragen

Hoe lang moet ik wachten voor ik een lakfout mag schuren?

Wacht tot de lak echt door en door hard is, niet tot hij stofdroog aanvoelt. Bij 2K is dat afhankelijk van temperatuur en verharder; houd de doorharding aan die op het technisch informatieblad staat, en verwarm de plek liever iets dan dat je te vroeg begint.

Kan ik een loopneus wegpolijsten zonder te schuren?

Nee, een polijstmachine haalt de hoogte er niet af en je brandt eerder door de rand heen. Vlak eerst af met fijn schuurpapier op een hard blokje, en polijst pas als het oppervlak overal gelijkmatig mat is.

Waarom komen er kratertjes terwijl ik alles heb schoongemaakt?

Grote kans dat de vervuiling uit je luchtleiding kwam: olie en water uit de compressor slaan mee neer. Een waterafscheider en een schone ontvetdoek per paneel voorkomen dat.

Moet ik het hele paneel overspuiten voor één beschadiging?

Niet per se, maar spuit wel tot een logische scheiding zoals een naad of een raamstijl. Binnen een vlak eindigen geeft een zichtbare rand, ook als de kleur precies klopt.