Bijgewerkt op

Verfspuit kopen: waar let je op?

Een verfspuit uitzoeken lijkt simpel tot je de specificaties naast elkaar legt. Nozzle-maten, luchtverbruik in liters per minuut, HVLP tegenover RP, beker boven of onder, en dan heb je nog niks over de prijs gezegd. Terwijl de keuze eigenlijk maar door drie dingen bepaald wordt: wat je gaat spuiten, wat je compressor kan leveren en hoeveel je er per jaar mee doet.

Loop die drie langs en de lijst mogelijkheden wordt vanzelf kort.

Begin bij je compressor, niet bij het pistool

Dit is de meestgemaakte fout: eerst een mooie spuit kopen en daarna merken dat de compressor het niet bijhoudt. Een spuitpistool vraagt een continue luchtstroom, geen korte stootjes. Levert je compressor te weinig, dan zakt de druk halverwege je spuitgang weg, wordt de verneveling grover en krijg je strepen en sinaasappelhuid.

Vergelijk dus het opgegeven luchtverbruik van het pistool met wat je compressor werkelijk levert, niet met de piekwaarde op de sticker. Houd marge aan: een compressor die constant op zijn tenen loopt, wordt warm en levert vochtige lucht. Hoeveel capaciteit je nodig hebt, staat in welke compressor heb je nodig om te spuiten.

Zit je vast aan een kleine compressor? Kies dan een pistool met laag luchtverbruik en werk in kleinere secties.

Wat ga je erdoorheen spuiten?

De nozzle (sproeieropening) bepaalt hoeveel materiaal er per seconde doorheen kan. Dikkere producten hebben een grotere opening nodig, dunne producten juist een kleinere.

Product Doorgaans gebruikte nozzle
Basislak en kleurlak 1,3 – 1,4 mm
Blanke lak 1,3 – 1,4 mm
Vulprimer en dikkere primers 1,7 – 1,9 mm
Plamuur- en spuitplamuurachtige producten 2,0 mm en groter

Zie dit als richtlijn, niet als wet. Het technisch informatieblad van je lak geeft de aanbevolen nozzle-maat en spuitdruk, en dat blad wint altijd van een vuistregel.

Spuit je afwisselend primer en lak, dan kies je tussen twee pistolen met elk een vaste taak, of één pistool met verwisselbare nozzleset. Twee vaste pistolen werken in de praktijk prettiger: minder ombouwen en geen primerresten in je laksysteem.

HVLP of RP: wat is het verschil?

Beide zijn moderne, zuinige technieken; het verschil zit in hoe ze de lak vernevelen.

  • HVLP werkt met veel lucht bij lage druk aan de kop. Het overspray-verlies is laag en er blijft veel materiaal op het paneel zitten. Nadeel: hoger luchtverbruik en een wat langzamere manier van werken.
  • RP (en vergelijkbare aanduidingen voor systemen met verhoogde kopdruk) verneveldt fijner en werkt sneller, wat prettig is bij blanke lak op grote vlakken. Het materiaalrendement ligt iets lager dan bij HVLP.

Voor doe-het-zelfwerk in een garage is HVLP meestal de logische keuze: minder nevel in je ruimte, minder materiaalverlies en makkelijker onder controle te houden. Werk je veel met blanke lak op hele panelen en heb je luchtcapaciteit genoeg, dan is een fijner vernevelend pistool het overwegen waard.

Beker boven of onder

Een bovenbeker (zwaartekrachtbeker) is de standaard voor lakwerk. De lak loopt vanzelf naar de nozzle, je spuit de beker bijna leeg en het pistool is licht en wendbaar.

Een onderbeker houdt meer materiaal en zit lager, prettig bij lange sessies op grote vlakken. Je hebt er wel meer aanzuigkracht en dus meer lucht voor nodig.

Waar je verder op let

  1. Materiaal en afwerking van nozzle en naald. Roestvast staal is de norm; goedkope onderdelen slijten snel en dan verandert je spuitbeeld.
  2. Verkrijgbaarheid van onderdelen. Naalden, nozzles, luchtkappen en afdichtingen zijn slijtdelen. Een pistool waarvoor je niets meer kunt krijgen, is na één seizoen afval.
  3. Instelmogelijkheden. Je wilt de waaiervorm, de materiaaltoevoer en de luchttoevoer los van elkaar kunnen regelen.
  4. Een luchtdrukregelaar op het pistool. Daarmee stel je de werkelijke druk aan de kop in, in plaats van te gokken op wat de compressor aangeeft.
  5. Gewicht en balans. Je houdt hem soms een uur vast. Pak hem in de hand voor je beslist.
  6. Demontagegemak. Hoe eenvoudiger je hem uit elkaar haalt, hoe groter de kans dat je hem echt goed schoonmaakt, zie verfspuit schoonmaken.

Hoeveel moet je uitgeven?

Voor incidenteel klussen, een bumper, een velgenset, een projectauto, voldoet een degelijk instapmodel prima, mits nozzle en naald van fatsoenlijk materiaal zijn. Doe je regelmatig hele panelen, dan merk je het verschil met een duurder pistool wel: fijnere verneveling, stabielere waaier en onderdelen die langer meegaan. Wanneer die stap zinvol is, lees je in een topklasse verfspuit.

Heb je je keuze gemaakt, dan bepaalt vooral je techniek het resultaat. Afstand, snelheid en overlap staan uitgelegd in autolak spuiten.

Nog even over veiligheid: spuit je 2K producten, dan bevat de verharder isocyanaten. Een stofmasker volstaat niet, gebruik een volgelaatsmasker met A2/P3-filters of een verseluchtkap, zorg voor goede ventilatie en draag handschoenen.

Veelgestelde vragen

Kan ik één verfspuit gebruiken voor primer én lak?

Dat kan met een verwisselbare nozzleset, maar in de praktijk is het onhandig. Je bouwt telkens om en resten primer die achterblijven, komen later in je laklaag terug.

Welke nozzle heb ik nodig voor blanke lak?

Meestal 1,3 of 1,4 mm. Controleer altijd het technisch informatieblad van de blanke lak die je gebruikt, want dat geeft de nozzle-maat en de aanbevolen spuitdruk.

Waarom spuit mijn pistool strepen ondanks een goede instelling?

Vaak is de luchttoevoer het probleem: te weinig capaciteit of een te dunne slang. Ook een gedeeltelijk verstopte luchtkap of een beschadigde naaldpunt geeft een ongelijke waaier.

Heb ik een waterafscheider nodig?

Ja. Perslucht bevat altijd vocht en olienevel, en die komen zonder filter rechtstreeks in je lak terecht. Plaats het filter zo dicht mogelijk bij het pistool.